Zoals Ad van Workum, wijkbeheerder bij BrabantWonen. Hij zorgde achter de schermen voor een nieuwe woning voor Mien en haar man. ‘Het was duidelijk dat er veel onrust was op de plek waar ze woonden, het hield me al veel langer bezig. Soms kunnen mensen niet weg vanwege een te korte woonduur, betalingsachterstanden of omdat ze het huis niet in oude staat kunnen herstellen. Dan houdt het vaak op. Ik vind het geweldig dat deze proeftuin de mogelijkheid biedt om los van al die regeltjes tóch wat te kunnen doen.’ Volgens Ad help je daarmee vervolgens niet alleen de bewoners. ‘Voor ons als woningcorporatie kostte het veel tijd en inzet, net als voor de wijkagent en de (ambulante) hulpverlening. Nu de rust is weergekeerd is dat voor iedereen goed.’
Toch moest hij goed zijn best doen om een woning te regelen voor het stel. ‘Ik moest heel goed uitleggen aan mijn collega’s waarom ik vond dat zij moesten verhuizen en waarom ik dat buiten de regels voor woningtoewijzing om wilde doen. De eerste reactie is toch vaak: oei, dat kan niet, hoor.’
Lef en verandering nodig
Susanne Smits, programmamanager van Proeftuin Ruwaard: ‘Bestuurders van de betrokken organisaties zien de noodzaak van een andere aanpak: beter tegemoetkomen aan wat bewoners willen en zelf kunnen oppakken. En dan ook nog eens voor minder geld. Zij ondersteunen de nieuwe aanpak dan ook van harte.
Toch wil dat nog niet zeggen dat professionals alles volgens die nieuwe aanpak kunnen aanvliegen, daarvoor zijn vaak veranderingen nodig binnen de betrokken organisatie. In 2017 gaat de proeftuin daar verder op inzetten. Vanuit de organisaties gaan gemotiveerde medewerkers aan de slag met hun casussen via de nieuwe werkwijze. Niet bij voorbaat zeggen: we kunnen dit niet bieden, want u heeft geen indicatie. Maar kijken wat er wél mogelijk is en wat iemand daar zelf aan kan bijdragen.’
Ad is één van die professionals. ‘Heel boeiend dat ik nu een aantal zaken die al veel langer lopen echt op kan pakken. Zo ben ik nu bezig met een alleenstaande moeder met drie kinderen in een verwaarloosde woning. Ze bezorgt overlast in de buurt. Een van haar volwassen dochters heeft een beperking en voor haar hebben we een begeleid wonen plek geregeld. Zelf kan ze verhuizen naar een woning die beter bij haar past. Ook hier win-win.’
De casuïstiek-aanpak levert op allerlei manieren iets op. Bart: ‘We doen micro-analyses naar het maatschappelijk rendement. Het allerbelangrijkste: bewoners voelen zich gelukkiger, maar het bespaart daarnaast ook geld. Er is minder ondersteuning en zorg nodig, dat laten de cijfers nu al zien. En dat geld kan weer ten goede komen aan de wijk.’
Huis van de Wijk
Het gaat bij de proeftuin niet enkel om individuele hulpvragen. Maar ook om collectieve vragen. Anton Mulders en Trudy van Lent zijn wat je noemt betrokken bewoners. Anton: ‘Toen ik drie jaar geleden werkloos raakte, wilde ik iets opstarten in de wijk. Iets waar mensen terecht kunnen voor ontmoeting of om creatief bezig te zijn. Ik had zelfs al een locatie op het oog.’ Hoewel de overheid de participatiesamenleving predikt, waar bewoners eigen initiatief tonen en zo zelfredzaam zijn, lukte het Anton en Trudy maar niet om zo’n plek van de grond te krijgen. ‘We hebben talloze gesprekken gevoerd met organisaties. Professionals vonden onze plannen goed, maar het leidde tot niks concreets. De bedoelingen zijn goed, maar niemand voelt zich echt verantwoordelijk. Ze zijn toch vooral met hun eigen organisatie bezig. Ik ben op een gegeven moment overal gaan roepen: geef mij een ruimte en koffie, de rest doen we zelf.’
Deze oproep kwam ook bij de proeftuin terecht en toen bleek er wel wat mogelijk. Het ‘Huis van de wijk’ opende begin december 2016 haar deuren; de oude school aan de Coornhertstraat is beschikbaar gesteld door de gemeente Oss.
Het is een plek waar iedereen terecht kan. Het beheer, de activiteiten, alles wordt door wijkbewoners zelf georganiseerd. Enkele professionals kijken op de achtergrond mee. De koffie is gratis, want dan ben je pas echt laagdrempelig. Er zijn een paar spelregels: er mag geen winst gemaakt worden en iedereen mag meedoen. Juist kwetsbare mensen moeten zich hier veilig voelen. Mensen zoals Mien, die binnenkort zeker een kijkje gaat nemen. ‘Misschien kan ik wel kleding repareren of met een paar vrouwen gaan koken. Ik heb geen internet, maar dan kan ik daar op een computer als het nodig is.’
Als het lukt, bouwt Mien een kenniskring op in haar nieuwe wijk. En ze hoeft met haar ambulant begeleider niet op zoek naar een (dure) plek voor vrijwillige dagbesteding. Ze kan gewoon haar handen uit de mouwen steken. Bart: ‘Een initiatief als het huis van de wijk kan echt wat betekenen voor bewoners.’
Geschreven door Cindy Cloïn